Er staat een bedrag op je rekening waar je niets mee doet. Een erfenis, de verkoop van een bedrijfsonderdeel, of gewoon jaren van te veel sparen. Je weet dat het beter belegd kan worden. Maar dan komt de vraag die je al maanden voor je uit schuift: gooi je het er in één keer in, of spreid je het uit over de komende maanden?
Het antwoord is niet zo eenduidig als de meeste artikelen doen voorkomen.
Wat de twee methodes precies inhouden
Bij periodiek beleggen zet je een vast bedrag op vaste momenten in de markt. Elke maand honderd euro, elk kwartaal duizend. Je koopt daarmee soms duur, soms goedkoop, en over de jaren middelt je aankoopprijs zich uit. In Engelstalige literatuur heet dit dollar cost averaging.
Bij een eenmalige inleg stort je het volledige bedrag in één keer. Vanaf dat moment werkt je hele vermogen mee, maar ben je ook meteen volledig blootgesteld aan wat de markt doet.
Het onderscheid is belangrijker dan het lijkt, want het gaat om twee verschillende situaties. Wie maandelijks een deel van zijn inkomen opzij zet, belegt automatisch periodiek. Daar is geen keuze in. Die persoon heeft nu eenmaal geen groot bedrag beschikbaar.
De echte vraag speelt alleen als je al een groter bedrag hebt liggen. Dan kies je bewust: alles nu, of verdeeld over de tijd. Dat is het scenario waar dit artikel over gaat.
Wat het rekenkundige argument zegt
Rekenkundig heeft eenmalig inleggen vaak een streepje voor. De redenering is simpel: aandelenmarkten stijgen over lange periodes vaker dan ze dalen. Geld dat aan de kant staat, doet in die tijd niets. Hoe langer je wacht met inleggen, hoe meer maanden je gemiddeld genomen mist.
Verschillende onderzoeken naar historische marktdata, onder meer van Vanguard, wijzen dezelfde richting op: in een meerderheid van de onderzochte perioden leverde een eenmalige inleg op termijn meer op dan gespreid inleggen. Let op dat dit historische data betreft. Wat in het verleden gold, is geen voorspelling van wat jouw portefeuille gaat doen.
Bovendien zegt “in de meerderheid van de gevallen” iets over gemiddelden, niet over jouw specifieke moment. Er zijn perioden geweest waarin iemand die alles in één keer inlegde jarenlang in de min stond. Dat is geen theoretisch scenario. Dat is iemands spaargeld.
Het rekenkundige argument is dus echt, maar het is niet het enige argument dat telt.
Waarom het gedragsargument vaak zwaarder weegt
Beleggen mislukt zelden op de rekensom. Het mislukt op het moment dat iemand uitstapt.
Stel je legt honderdduizend euro in één keer in, en drie maanden later staat de markt vijftien procent lager. Op papier is dat vijftienduizend euro. Wat doe je dan? De juiste actie is niets doen. Maar de menselijke reactie is verkopen, wachten tot het rustig is, en pas weer instappen als de koersen alweer hersteld zijn. Dat is de duurste route die er is.
Periodiek inleggen verlaagt de kans op dat scenario. Niet omdat het rendement beter is, maar omdat het emotionele risico kleiner is. Je hebt na een daling nog droog kruit. Dat maakt een daling minder bedreigend en meer een aankoopmoment.
Er is nog een tweede gedragseffect. Wie de keuze te zwaar maakt, stelt hem uit. Ik spreek mensen die al twee jaar nadenken over het juiste instapmoment terwijl hun geld op een spaarrekening staat. Twee jaar niet beleggen is een keuze, ook als het niet zo voelt.
De beste strategie is de strategie die je volhoudt in een slecht jaar.
Hoe je horizon en je bedrag de keuze beïnvloeden
De omvang van het bedrag ten opzichte van je totale vermogen bepaalt veel. Vijfduizend euro extra inleggen in een portefeuille van driehonderdduizend is bijna een detail. Driehonderdduizend inleggen terwijl je verder weinig hebt, is een fundamenteel andere beslissing.
Ook je horizon telt mee. Bij een looptijd van vijftien jaar of langer is het instapmoment relatief minder bepalend, omdat er tijd is om schommelingen op te vangen. Heb je het geld over drie of vier jaar nodig, dan is de vraag niet periodiek of eenmalig, maar of je het überhaupt moet beleggen. Bij een korte horizon kan een marktdaling vlak voor het moment dat je het geld nodig hebt hard aankomen.
Een middenweg die in de praktijk vaak werkt: verdeel het bedrag over een afgebakende periode, bijvoorbeeld zes tot twaalf maanden, en leg het schema vooraf vast. Je pakt dan een groot deel van het rekenkundige voordeel mee, terwijl je jezelf beschermt tegen het scenario waarin je precies op een piek volledig instapt.
Het woord vooraf is daarbij belangrijk. Een schema dat je halverwege aanpast omdat het “even niet goed voelt”, is geen schema meer.
De fiscale kant in Nederland
Beide routes worden in Nederland in principe hetzelfde behandeld. Beleggingen buiten een pensioen of lijfrenteconstructie vallen doorgaans in box 3, waar geheven wordt over je vermogen op de peildatum, meestal 1 januari.
Dat heeft één praktisch gevolg dat mensen soms vergeten: of je nu belegt of het geld op een spaarrekening laat staan, het telt beide mee voor box 3. De keuze tussen periodiek en eenmalig inleggen verandert je belastingdruk in de basis dus niet. Het verplaatst alleen wanneer je vermogen aan het werk gaat.
De regels rond box 3 zijn de afgelopen jaren onderwerp van wijziging geweest en kunnen verder veranderen. Controleer altijd de actuele situatie voor het lopende belastingjaar, en laat je bij grotere bedragen persoonlijk adviseren.
Tot slot
Rekenkundig wint eenmalig inleggen vaak. In de praktijk wint de aanpak waar jij rustig van slaapt, omdat rust bepaalt of je blijft zitten wanneer het tegenzit. Voor veel mensen ligt het antwoord in het midden: een vooraf vastgelegd spreidingsschema over een beperkte periode.
Wat zou er in jouw hoofd gebeuren als je portefeuille drie maanden na je inleg twintig procent lager staat? Dat antwoord zegt meer over de juiste strategie dan welke tabel dan ook.
Wil je dit niet zelf uitzoeken, maar samen met iemand doorlopen? Het Financieel Kompas is een traject van vier sessies waarin we jouw financiële situatie van A tot Z in kaart brengen, inclusief je beleggingshorizon en de vraag welk deel van je vermogen je aan het werk zet.