Hoeveel buffer heb ik nodig als zzp’er? Zo reken je het uit

Er staat geld op de zakelijke rekening. Meer dan vorig jaar, dus dat voelt goed. Alleen weet je niet precies wat daarvan de btw is, wat er nog naar de belasting gaat en wat er echt van jou is.

En dan is er die vraag die je bij elke rustige maand weer opduikt: hoeveel buffer heb ik nodig als zzp’er, en heb ik die eigenlijk al?

Het lastige is dat de meeste antwoorden op internet één getal noemen. Dat getal is bijna nooit van toepassing op jou, omdat je buffer niet volgt uit je omzet maar uit je vaste lasten en je risico’s.

Het uitgangspunt: drie tot zes maanden vaste lasten

Het Nibud houdt als richtlijn aan dat een huishouden minimaal drie keer de maandelijkse vaste lasten achter de hand heeft, en zes keer als wenselijk niveau. Dat is een algemene richtlijn voor huishoudens, niet specifiek voor ondernemers.

Voor zelfstandigen wordt vaak de bovenkant van die bandbreedte genoemd, of meer. Dat komt niet doordat zzp’ers slechter met geld omgaan, maar doordat ze twee risico’s dragen die een werknemer niet heeft: het inkomen kan van de ene op de andere maand wegvallen, en er is geen werkgever die bij ziekte doorbetaalt.

Belangrijk detail: het gaat om vaste lasten, niet om je volledige uitgavenpatroon. Vaste lasten zijn de bedragen die doorlopen of je nu werkt of niet. Huur of hypotheek, energie, verzekeringen, gemeentelijke belastingen, abonnementen, kinderopvang, boodschappen op minimumniveau. Vakanties en de nieuwe fiets horen daar niet bij.

Als ondernemer tel je daar de zakelijke vaste lasten bij op: verzekeringen, huur van een werkruimte, software, boekhouder, leasekosten. Ook die stoppen niet als jij een half jaar niet kunt factureren.

Wat er niet in je buffer mag zitten

Dit is waar veel zelfstandigen zich rijker rekenen dan ze zijn.

Op je zakelijke rekening staat vrijwel altijd geld dat niet van jou is. De btw die je hebt gefactureerd en nog moet afdragen. De inkomstenbelasting over de winst die je dit jaar maakt. Eventuele pensioenreserveringen of een bedrag dat je apart houdt voor een investering.

Trek die bedragen er eerst af. Wat overblijft is je werkelijke buffer. Ondernemers die dat onderscheid niet maken, komen bij de eerste rustige maand in de knel, niet omdat ze te weinig hebben gespaard maar omdat ze geld hebben uitgegeven dat al bestemd was.

Praktisch werkt het vaak het beste met gescheiden potjes: een rekening voor btw en belasting, een rekening voor je buffer, en de betaalrekening waar het werkkapitaal op staat. Dat is geen boekhoudkundige verplichting, maar het maakt de vraag “wat is er echt van mij” in tien seconden te beantwoorden.

Beleggingen reken je ook niet mee als buffer. De hele functie van een buffer is dat het geld er is op het moment dat je het nodig hebt, ongeacht wat de markt die maand doet.

Je persoonlijke rekensom in vier stappen

Begin met je maandelijkse vaste lasten privé. Tel daar de zakelijke vaste lasten bij op. Dat bedrag is je maandelijkse minimum.

Bepaal daarna hoeveel maanden je wilt kunnen overbruggen. Daarvoor kijk je naar drie dingen: hoe voorspelbaar je opdrachtenstroom is, of er een tweede inkomen in het huishouden is, en hoe snel je in jouw markt nieuw werk vindt. Een interim manager met langlopende contracten en een partner in loondienst zit anders in het risico dan een zelfstandige fotograaf die per klus wordt betaald.

Vermenigvuldig het maandbedrag met het aantal maanden. Dat is je doelbuffer. Bij tweeduizend euro aan vaste lasten en zes maanden kom je op twaalfduizend euro.

Kijk als laatste naar wat je al verzekerd hebt. Heb je een AOV met een wachttijd van drie maanden, dan hoef je die periode niet nog eens vol te sparen bovenop je uitkering. Heb je geen AOV, dan is je buffer het enige dat er staat en mag hij ruimer zijn. Deze twee keuzes hangen direct samen: hoe langer je wachttijd, hoe lager je premie, maar hoe groter je buffer moet zijn.

Waarom een grotere buffer niet altijd het antwoord is

Er komt een punt waarop extra sparen weinig toevoegt. Geld op een spaarrekening levert doorgaans een lage rente op, en bij inflatie kan de koopkracht van dat bedrag over de jaren afnemen. Een buffer van twee jaar vaste lasten geeft rust, maar het deel dat daarbovenop staat werkt niet meer voor je.

Wat de juiste bovengrens is, hangt af van je situatie en je risicobereidheid. Voor de meeste zelfstandigen ligt de kern van de zaak eerder bij de ondergrens: er is een groot verschil tussen nul en drie maanden, en een veel kleiner verschil tussen negen en twaalf.

Zodra je basisbuffer staat, wordt de vraag interessanter waar het volgende bedrag naartoe gaat. Aflossen, pensioenopbouw via jaarruimte of beleggen voor de lange termijn zijn dan reële alternatieven, elk met eigen fiscale gevolgen. Fiscale regels rondom aftrek en pensioenopbouw kunnen veranderen, dus laat dat doorrekenen voor je situatie.

Denk ook aan het scenario dat vaker voorkomt dan langdurige ziekte: een opdrachtgever die te laat betaalt. Een buffer die alleen op maandlasten is gebaseerd houdt geen rekening met een factuur van tienduizend euro die drie maanden blijft liggen. Voor wie met grote facturen werkt, hoort dat debiteurenrisico ook in de rekensom.

Hoe je hem opbouwt als er weinig ruimte is

Een buffer van twaalfduizend euro bijeensparen klinkt zwaar als er aan het eind van de maand weinig overblijft. Dat is precies waarom het bij veel zelfstandigen niet lukt: het wordt behandeld als wat er overblijft in plaats van als een vaste post.

Een werkbaar alternatief is een percentage van elke inkomende factuur direct doorzetten naar de bufferrekening. Vijf of tien procent voelt in een goede maand nauwelijks, en in een slechte maand stort je automatisch minder. Zo koppel je het sparen aan je omzet in plaats van aan je discipline.

Begin klein. Eén maand vaste lasten opzij is al een wezenlijk andere positie dan nul, omdat het je de ruimte geeft om een slechte maand op te vangen zonder rood te staan of een opdracht aan te nemen die je eigenlijk niet wilt.

Tot slot

Hoeveel buffer je nodig hebt als zzp’er volgt uit drie getallen: je maandelijkse vaste lasten privé en zakelijk, het aantal maanden dat je wilt kunnen overbruggen, en wat je al verzekerd hebt. Drie tot zes maanden is een redelijk startpunt, mits je het geld dat al voor de belasting bestemd is er eerst afhaalt.

Weet jij hoeveel maanden jouw huishouden doorloopt als er vanaf morgen geen factuur meer betaald wordt?

Wil je dit niet zelf uitzoeken, maar samen met iemand doorlopen? Het Financieel Kompas is een traject van vier sessies waarin we jouw financiële situatie van A tot Z in kaart brengen, inclusief buffer, cashflow en inkomensrisico.