Broodfonds of AOV: wat is het verschil precies?

Iemand in je netwerk zit in een broodfonds en is er enthousiast over. De inleg is lager dan een AOV premie, er is geen medische keuring en je zit in een groep mensen die je kent. Dat klinkt beter dan een verzekeraar die je eerst laat invullen wat je grootvader had.

Tegelijk hoor je dat een broodfonds maar twee jaar uitkeert. En daar wordt het ongemakkelijk, want arbeidsongeschiktheid duurt soms langer dan twee jaar.

Broodfonds of AOV, wat is het verschil? Het antwoord zit niet in welke van de twee beter is, maar in welk risico je met welk product afdekt.

Wat een broodfonds precies is

Een broodfonds is geen verzekering. Het is een groep zelfstandigen, vaak twintig tot vijftig deelnemers, die maandelijks geld op een eigen rekening zetten. Word je ziek, dan schenken de andere deelnemers je maandelijks een bedrag zolang je niet kunt werken.

Dat woord schenken is geen taalspel. Er is juridisch geen recht op een uitkering. Er is een afspraak binnen een groep, met reglementen en met sociale controle als belangrijkste mechanisme. Je meldt je ziek bij mensen die je kent, niet bij een claimafdeling.

Het geld dat je inlegt blijft van jou. Stap je uit de groep, dan neem je je resterende saldo in beginsel mee. Dat is een wezenlijk ander model dan een premie die je aan een verzekeraar betaalt en nooit terugziet als er niets gebeurt.

De maandelijkse uitkering ligt bij de meeste broodfondsen ergens tussen enkele honderden en circa tweeëneenhalfduizend euro, afhankelijk van de categorie waarin je instapt en het reglement van het fonds. De uitkering loopt maximaal twee jaar. Daarna stopt hij, ook als je nog niet kunt werken.

Een schenkkring werkt vergelijkbaar, maar met een professioneel bestuur en zonder dat je actief deelneemt aan het groepsproces. Je gezondheids en inkomensgegevens blijven daarmee buiten de groep.

Wat een AOV daar tegenover zet

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is een contract met een verzekeraar. Je betaalt premie, en bij arbeidsongeschiktheid heb je recht op een uitkering volgens de polisvoorwaarden. Dat recht is opeisbaar, ook als het een langlopende claim betreft.

Het verschil dat er financieel het meest uitmaakt is de duur. Een AOV keert in principe uit zolang je arbeidsongeschikt bent, tot de eindleeftijd die je hebt afgesproken. Een broodfonds houdt na twee jaar op. Als je op je 48e uitvalt met een aandoening waarvan je niet herstelt, is dat verschil geen detail maar een gat van bijna twintig jaar inkomen.

Daar staat tegenover dat je bij een AOV door een medische acceptatie moet. Een verzekeraar kan een opslag rekenen, een uitsluiting opnemen of je aanvraag afwijzen. Bij een broodfonds is er geen keuring, wat het voor mensen met een medisch verleden soms de enige toegankelijke route maakt.

En de premie ligt hoger dan de inleg in een broodfonds, vaak aanzienlijk. Dat is logisch: je verzekert een langer en zwaarder risico.

Het fiscale verschil dat vaak wordt overgeslagen

Bij een AOV is de premie voor zelfstandigen in beginsel aftrekbaar als uitgave voor een inkomensvoorziening. De uitkering is daardoor later belast in box 1. Netto ben je dus minder kwijt dan de nota suggereert, maar je houdt van een uitkering ook minder over dan het brutobedrag.

Bij een broodfonds werkt het omgekeerd. Je inleg is geen premie en niet aftrekbaar, want je zet geld op je eigen rekening. De bedragen die je bij ziekte ontvangt zijn schenkingen en blijven binnen de jaarlijkse schenkingsvrijstelling per gever buiten de belasting. Dat vrijgestelde bedrag wordt jaarlijks aangepast, dus controleer altijd het actuele bedrag voor het lopende jaar.

Dit betekent dat je twee bedragen niet naast elkaar kunt leggen zonder ze eerst gelijk te maken. Een AOV uitkering van drieduizend euro bruto en een broodfondsuitkering van tweeduizend euro netto liggen dichter bij elkaar dan de cijfers doen vermoeden.

Fiscale regels en vrijstellingen kunnen veranderen en de uitwerking hangt af van je persoonlijke situatie. Laat dit doorrekenen voordat je een keuze vastzet.

Wanneer welke keuze logisch kan zijn

Een broodfonds past vaak bij zelfstandigen met een beperkt inkomensrisico op lange termijn: iemand met een partner die een stabiel inkomen heeft, een lage hypotheeklast, vermogen achter de hand of werk dat je ook met beperkingen deels kunt blijven doen.

Een AOV past beter wanneer een langdurige uitval je huishouden direct in de problemen brengt. Denk aan een eenverdiener met een hypotheek en opgroeiende kinderen, of aan iemand met een fysiek beroep waarbij een blessure meteen het hele inkomen raakt. In die situaties is twee jaar dekking geen oplossing maar uitstel.

Veel ondernemers kiezen daarom niet, maar combineren. Ze gebruiken een broodfonds of schenkkring voor de eerste periode en sluiten daarnaast een AOV af met een langere wachttijd voor het langdurige risico. Omdat die wachttijd de premie drukt, valt de totale maandlast lager uit dan een AOV die vanaf dag vijftien uitkeert.

Die combinatie vraagt wel dat de wachttijd van je AOV en de uitkeringsduur van je broodfonds op elkaar aansluiten. Een broodfonds dat na twee jaar stopt en een AOV die pas na twee jaar begint sluit netjes aan. Een AOV met een wachttijd van drie jaar laat een gat van twaalf maanden open.

De vraag die eerst aan bod moet komen

Voordat je broodfonds en AOV vergelijkt, is er een rekensom die je zelf moet maken: hoeveel netto heb je per maand nodig als je niet kunt werken, en hoe lang kun je dat uit eigen middelen volhouden?

Zonder dat getal vergelijk je producten zonder te weten wat je wil dekken. Met dat getal wordt de keuze een stuk concreter. Als je vaste lasten en noodzakelijk levensonderhoud samen op tweeduizend euro netto uitkomen, weet je of een broodfondscategorie daar wel of niet aan komt. En als je buffer zes maanden overbrugt, weet je dat je de eerste maanden niet hoeft te verzekeren.

Let ook op de zachte kant. Een broodfonds vraagt betrokkenheid: bijeenkomsten, onderling contact, en openheid over waarom je uitvalt. Sommige mensen ervaren dat als steun, anderen als iets waar ze geen ruimte voor hebben.

Tot slot

Het verschil tussen een broodfonds en een AOV zit vooral in de duur en de zekerheid: een groep die twee jaar bijspringt tegenover een contract dat het langdurige risico dekt. Ze sluiten elkaar niet uit, en voor veel zelfstandigen is een combinatie financieel de meest evenwichtige route.

Weet jij wat er in jouw huishouden gebeurt als het inkomen niet twee jaar maar tien jaar wegvalt?

Wil je dit niet zelf uitzoeken, maar samen met iemand doorlopen? Het Financieel Kompas is een traject van vier sessies waarin we jouw financiële situatie van A tot Z in kaart brengen, inclusief inkomensrisico, buffer en vaste lasten.