Beleggen met een korte horizon: is dat verstandig?

De verbouwing staat gepland over twee jaar. Het geld staat er al, en het staat te renten op een spaarrekening. En dan komt de gedachte: dit kan toch harder werken?

Beleggen met een korte horizon is verstandig noch onverstandig op zichzelf. Het hangt af van één vraag die vaak wordt overgeslagen: wat gebeurt er met je plannen als dat geld op het moment van gebruik twintig procent minder waard is?

Dat is geen theoretische vraag. Het is precies het scenario waar korte horizon beleggen op stukloopt.

Wat een korte horizon precies betekent

Een horizon is de periode tussen nu en het moment dat je het geld daadwerkelijk nodig hebt. Niet het moment waarop je denkt dat je het misschien wil gebruiken, maar het moment waarop de rekening moet worden betaald.

In de praktijk wordt alles onder de vijf jaar meestal als kort gezien. Tussen vijf en tien jaar is het middellang. Daarboven begin je in het gebied waar beleggen doorgaans zinvol wordt.

Die grenzen zijn geen natuurwetten, maar ze komen ergens vandaan. Aandelenmarkten kunnen in een enkel jaar tientallen procenten dalen. Historisch duurde het herstel na een flinke daling vaak enkele jaren, soms langer. Wie tien jaar de tijd heeft, kan zo’n periode uitzitten. Wie achttien maanden heeft, kan dat niet.

Belangrijk detail: het gaat om de horizon van dat specifieke potje, niet om jouw leeftijd. Iemand van 40 met geld dat over anderhalf jaar naar de aannemer gaat, heeft voor dat bedrag een korte horizon. Ook al is hij zelf nog dertig jaar van zijn pensioen verwijderd.

Waarom tijd het belangrijkste ingrediënt is

De reden dat beleggen op lange termijn vaak goed uitpakt, is niet dat de markt altijd stijgt. Het is dat je de tijd hebt om slechte jaren te laten passeren zonder ze te hoeven verzilveren.

Een daling is namelijk pas een verlies als je verkoopt. Zolang je stukken in bezit blijft, is een min op je scherm een tussenstand. Zodra je moet verkopen omdat de verbouwing begint of de studie van je kind start, wordt die tussenstand een eindstand.

Daar komt bij dat de spreiding van mogelijke uitkomsten enorm is over korte periodes. Over één jaar kan een gespreide aandelenportefeuille dertig procent stijgen of dertig procent dalen. Over vijftien jaar wordt die bandbreedte een stuk smaller, al blijft ook dan niets zeker.

Bij een korte horizon koop je dus geen rendement. Je koopt onzekerheid, in ruil voor een kans op wat extra. Voor geld dat een concrete bestemming heeft, is die ruil zelden aantrekkelijk.

Wanneer het wel kan

Er zijn situaties waarin beleggen met een kortere horizon te verdedigen valt.

De eerste is wanneer het doel flexibel is. Als de verbouwing ook een jaar later kan, of iets kleiner mag uitvallen, dan heb je speelruimte. Je bent dan niet gedwongen te verkopen op een slecht moment. Die flexibiliteit is in feite een verlenging van je horizon.

De tweede is wanneer het bedrag niet cruciaal is. Wie een buffer van zes maanden op de spaarrekening heeft staan en daarnaast een bedrag apart heeft waar geen enkel plan aan hangt, loopt een ander soort risico dan iemand voor wie dit het enige potje is.

De derde is wanneer je de belegging aanpast aan de horizon. Beleggen is niet één ding. Een portefeuille die grotendeels uit kortlopende obligaties bestaat beweegt veel rustiger dan een aandelenfonds. Het verwachte rendement is dan ook lager, maar de kans op een grote afwijking op korte termijn is kleiner.

Wat in al deze gevallen geldt: je maakt de keuze bewust en je weet wat je opgeeft. Dat is iets anders dan geld op de beurs zetten omdat de spaarrente tegenvalt.

De alternatieven die vaak worden vergeten

Tussen een spaarrekening en de beurs zit meer dan de meeste mensen denken.

Een deposito zet je geld voor een vaste periode vast tegen een vooraf bekende rente. Je levert flexibiliteit in en krijgt zekerheid terug. Voor geld met een bekende einddatum sluit dat vaak goed aan, zeker als de looptijd van het deposito samenvalt met het moment dat je het nodig hebt.

Daarnaast bestaan er geldmarktfondsen en fondsen in zeer kortlopende staatsobligaties. Die bewegen doorgaans beperkt, al zijn ze niet risicovrij en brengen ze kosten met zich mee.

En dan is er het alternatief dat zelden als belegging wordt gezien: aflossen. Wie een lening of een hypotheekdeel heeft met een rente die hoger ligt dan wat je op spaargeld ontvangt, boekt met aflossen een zeker resultaat. Geen rendement, wel een lastenverlaging die niet afhangt van de markt.

Let bij al deze routes op de fiscale kant. Spaargeld en beleggingen vallen in Nederland in box 3 en worden daar op verschillende manieren behandeld. De regels rond box 3 zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk aangepast, dus controleer altijd de actuele situatie voor het lopende belastingjaar en laat je bij grotere bedragen persoonlijk adviseren.

De fout die het vaakst wordt gemaakt

De meest voorkomende fout is niet het kiezen van het verkeerde product. Het is het niet scheiden van potjes.

Veel mensen hebben één bedrag op één rekening, waar alles doorheen loopt: de buffer, het geld voor de auto, het geld voor later. Zodra dat op één hoop staat, is elke keuze een compromis. Beleggen voelt te risicovol vanwege de auto, sparen voelt te voorzichtig vanwege de lange termijn. Dus gebeurt er niets, of gebeurt er iets halfs.

Het werkt beter om per doel te bepalen wanneer je het geld nodig hebt, en daar de vorm bij te kiezen. De buffer staat liquide en direct opneembaar. Het geld voor over twee jaar staat op een deposito of spaarrekening. Het geld voor over vijftien jaar staat belegd en mag onderweg schommelen.

Dat is geen ingewikkelde constructie. Het is vooral een kwestie van één keer opschrijven wat waarvoor bedoeld is.

Wat als je nu al belegt met geld dat je snel nodig hebt

Dan is de eerste vraag niet of je moet verkopen, maar wanneer je het geld precies nodig hebt en hoeveel ervan.

Als het moment nog ver genoeg weg is en het bedrag deels kan wachten, kun je stapsgewijs afbouwen in plaats van in één keer. Zo hoef je geen enkel moment te kiezen. Als het moment dichtbij is en je hebt het geld hard nodig, dan is de vervelende conclusie soms dat je een tussenstand omzet in een eindstand.

Wat je in beide gevallen niet doet, is wachten tot je “weer op nul staat”. Dat is geen strategie, dat is hopen. De markt weet niet wat jouw aankoopkoers was.

Tot slot

Beleggen met een korte horizon is vooral een vraag naar hoe hard je einddatum is. Hoe vaster het moment en hoe belangrijker het bedrag, hoe minder ruimte er is voor schommelingen. En hoe flexibeler het doel, hoe meer risico je kunt dragen.

Weet jij van elk bedrag op je rekeningen wanneer je het nodig hebt, en klopt de vorm waarin het staat daar nog mee?

Een concrete keuze tussen sparen en beleggen begint met inzicht in je situatie. Het Financieel Kompas helpt je daarbij, in vier sessies, zonder stapels formulieren.