Eerder met pensioen dan 68 in Nederland: wat heb je nodig?

Je bent er misschien nog lang niet, maar de gedachte is er al: eerder stoppen met werken dan op je 68e. Misschien op je 60e, misschien eerder. Niet omdat je een hekel hebt aan werken, maar omdat je meer wilt doen met je tijd dan werken tot je AOW-leeftijd.

In Nederland kan dat. Maar het vraagt voorbereiding. De AOW krijg je namelijk pas vanaf de officiële AOW-leeftijd, die voor de meeste mensen nu op 68 jaar of later ligt. Dat gat tussen eerder stoppen met werken en die AOW-leeftijd moet je zelf overbruggen. Hoe groter het gat, hoe groter het vermogen dat je daarvoor nodig hebt.

Waarom de AOW-leeftijd zo bepalend is

De AOW is het fundament van het Nederlandse pensioenstelsel. Iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, bouwt AOW op, ongeacht of je in loondienst bent of zzp’er. Maar die uitkering start pas op de officiële AOW-leeftijd, die de afgelopen jaren stap voor stap is verhoogd en op dit moment voor veel mensen op 68 jaar of later ligt. Of die leeftijd in de toekomst verder wordt verhoogd, is op dit moment onzeker. Controleer daarom altijd jouw actuele AOW-leeftijd bij de Sociale Verzekeringsbank.

Wil je eerder stoppen met werken, dan heb je tot aan de AOW-leeftijd een vervangend inkomen nodig. Dat kan komen uit je pensioenkapitaal, beleggingen, een lijfrente of spaargeld. Hoe vroeger je stopt, hoe langer je van dat kapitaal moet leven. En hoe meer je dus nodig hebt.

Wie stopt op zijn 62e en AOW ontvangt op zijn 68e, moet die zes jaar volledig zelf financieren. Wie stopt op zijn 55e, heeft dertien jaar te overbruggen. Dat klinkt als rekenen, en dat is het ook. Maar het begint bij een keuze: hoe wil je de laatste fase van je werkende leven inrichten?

Eerder stoppen met werken hoeft daarbij niet te betekenen dat je helemaal niets meer doet. Veel mensen kiezen voor een tussenvorm: minder uren, ander werk, een project dat ze altijd al wilden doen. Die flexibiliteit is precies wat financiële onafhankelijkheid je kan geven, zelfs als je formeel nog niet gestopt bent.

Wat je nodig hebt om eerder te stoppen met werken

Een globale berekening geeft richting. Stel dat je stopt op je 62e en een netto maandinkomen van €2.500 wil. Tot aan je 68e heb je dan €180.000 nodig, puur voor die overbruggingsperiode, zonder rekening te houden met rendement of inflatie. Daarna loopt de AOW in, en heb je eventueel ook aanvullend pensioen.

Maar dit is alleen het overbruggingsdeel. Wil je ook daarna een aanvulling op de AOW (en de meeste mensen willen dat), dan heb je bovenop de AOW extra pensioenkapitaal nodig. Hoe meer je wilt kunnen spenderen per maand, en hoe langer je leeft, hoe groter dat bedrag.

De precieze berekening hangt af van je situatie: hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd via vroegere werkgevers, hoeveel eigen vermogen je hebt, of je een eigen woning hebt en wat je maandelijkse vaste lasten zijn. Een ruwe schatting is nuttig als startpunt. Maar niet als beslissingsbasis.

Pensioenkapitaal en lijfrente eerder opnemen

Heb je pensioenkapitaal opgebouwd, via een pensioenfonds of als zzp’er via een lijfrenteproduct, dan gelden er regels over wanneer en hoe je dat kunt opnemen. Pensioen uit een pensioenfonds kun je in veel gevallen eerder laten ingaan dan de officiële pensioendatum, maar dan wordt de maandelijkse uitkering lager. Je spreidt de uitbetaling immers over meer jaren uit.

Lijfrente kun je in sommige gevallen al laten uitkeren vanaf je 61e of zelfs eerder, afhankelijk van het product en de voorwaarden. Maar ook hier geldt: een vroegere start betekent een lagere maandelijkse uitkering over een langere periode.

Fiscale regels rondom pensioen en lijfrente zijn aan verandering onderhevig. Laat je daarom goed informeren over de actuele mogelijkheden. Wat nu geldt, hoeft over vijf jaar niet meer hetzelfde te zijn.

De rol van eigen vermogen en beleggingen

Wil je eerder stoppen met werken, dan doe je er verstandig aan om niet alleen te rekenen op pensioenproducten. Eigen vermogen, zoals spaargeld, beleggingen of een eigen woning, kan een grote rol spelen in de overbruggingsfase.

Beleggen in een gespreide portefeuille biedt flexibiliteit: je kunt er eerder bij dan bij een lijfrente, en je bepaalt zelf wanneer je opneemt en hoeveel. Dat maakt het aantrekkelijk voor mensen die de regie willen houden. Tegelijk brengt beleggen risico mee. De waarde van je portefeuille kan dalen, juist op het moment dat je ervan wilt leven. Een buffer in spaargeld naast je beleggingen geeft rust in onrustige periodes.

Het belangrijkste is om niet één pot te vullen, maar om meerdere potten te hebben: pensioen, lijfrente, beleggingen en sparen. Zo ben je niet volledig afhankelijk van één bron op het moment dat je stopt.

Wanneer begin je met plannen?

Eerder stoppen met werken dan op je 68e is haalbaar voor meer mensen dan je denkt. Maar het vraagt wel dat je er op tijd over nadenkt. Wie op zijn 50e begint met actief sparen en beleggen voor vroegpensioen, heeft een heel andere startpositie dan wie op zijn 60e voor het eerst gaat rekenen.

De meeste mensen wachten te lang. Niet uit onwil, maar uit drukte. Het dagelijks leven laat weinig ruimte voor dit soort berekeningen. Toch is dit het onderwerp waarbij nu een paar uur investeren je later een hoop rust kan opleveren. En die rust begint niet als je stopt, maar zodra je weet dat je het kunt als je wilt.

Heb jij al in kaart gebracht hoeveel je nodig hebt om eerder te stoppen met werken, en hoe ver je nu van dat bedrag af zit?

Een concreet plan om eerder te stoppen met werken begint met inzicht in wat je al hebt en wat je nog nodig hebt. Het Financieel Kompas helpt je daarbij, in vier sessies, zonder stapels formulieren.